zondag 7 maart 2021 – 15.00 uur

Helaas kan dit concert niet doorgaan
Trio Panache
Sabine van Lier – viool
Elisabeth Schijns – cello
Marte Gerritsma – piano
Dvořáks ‘Dumky Trio’ en Brahms Trio

Trio Panache

Sabine van Lier studeerde bij Chris Duindam in Utrecht, bij Gordan Nikolic in Rotterdam en bij Thomas Klug in Bremen, waar zij in 2016 haar master behaalde met een 9. Sabine remplaceert in verschillende orkesten en speelt in meerdere kamermuziekensembles. Daarnaast werkt zij als viooldocente bij ‘’Scholen in de Kunst’’ te Amersfoort.

Elisabeth Schijns begon haar studie in Utrecht bij Ran Varon en Timora Rosler waar ze haar master in 2016 afsloot met een 9,5. Zij vervolgde haar studie bij France Springuel te Antwerpen. In 2016-2017 volgde zij de orkestacademie bij het Gelders Orkest. Tegenwoordig remplaceert Elisabeth in verscheidene orkesten en is zij werkzaam als cellodocente.

Marte Gerritsma studeerde piano bij Martyn van den Hoek in Utrecht en bij Frank van de Laar in Zwolle, waar ze in 2017 haar master afsloot met een 9. Marte werkte veel samen met strijkers en speelt in diverse ensembles. Daarnaast is ze actief als docente. De drie leerden elkaar kennen tijdens hun conservatoriumtijd in Utrecht. Sabine en Elisabeth vormen al jaren samen een duo. In de zomer van 2017 ontstond de samenwerking met Marte, waarmee Trio Panache tot stand kwam.

Dvořák Dumky trio

Het Dumky trio, bestaande uit 6 delen, ontstond tussen 1890 en 1891 en is het vierde en laatste pianotrio wat Dvořák componeerde. ‘’Dumky’’ is te herleiden naar de Dumka, een uit Oekraïne stammende volksdans. Overigens is deze bijnaam niet van Dvořák zelf afkomstig.

In de muziek van Dvořák komt de liefde voor volksmuziek en –dans uit zijn vaderland, samen met de Duits romantische muziekstijl. ‘’Dumky’’ is misschien wel één van Dvořáks meest bekende en meest volkse werken. De variatie in zwaarmoedige en lichte passages en de kleurrijke volkse melodieën, vormen ongetwijfeld de reden voor de tot op heden voortdurende populariteit van het trio.

De folkloristische melodieën, tempowisselingen en sterke dansritmes zorgen voor een zeer afwisselende compositie.

Violist Ferdinand Lachner, cellist Hanuš Wihan en de componist zelf aan de piano voerden het trio op 11 april 1891 voor het eerst uit in Praag.

Brahms pianotrio nr. 3 in c-klein opus 101

Johannes Brahms was enorm zelfkritisch. Omdat niemand zijn probeersels ooit mocht zien, verscheurde Brahms ook de kladmanuscripten van de composities. Er zijn heel wat pianotrio’s gesneuveld voordat hij een werk durfde te presenteren: het grote trio in B-groot op. 8 voor piano, viool en cello. Het ontstond in 1854, maar werd voorafgegaan door vele andere. Zo speelde hij bij een huisconcert op 5 juli de pianopartij van een trio dat hij onder de naam ‘Karl Würth’ gecomponeerd had. Van een ander trio weten we dat hij het schreef als ‘G.W. Marks’. Het is kenmerkend voor zijn onzekerheid dat hij het nodig vond pseudoniemen te gebruiken. Deze werken gingen in rook op en dat geldt voor nog veel meer kamermuziek

Het pianotrio in c-klein op. 101, dat u vandaag gaat horen werd geschreven tijdens een vakantie in Hofstetten aan de Thunersee in Zwitserland in 1886. Clara Schumann leverde in haar dagboek commentaar “Ik onderging mijn grootste genoegen op de 20ste, toen ik me goed genoeg voelde om het prachtige ontroerende trio in c-klein te proberen. Wat een compositie is dit! Door en door vernuftig in z’n passie, z’n inhoudelijke kracht, z’n charme en expressie! Geen enkel ander werk van Johannes heeft me zo totaal overrompeld”. Vooral het scherzo, een lieflijk Presto non assai, beviel haar: ” ik ben gelukkiger dan ik in lange tijd geweest ben!”.

Brahms heeft geen noot teveel gecomponeerd, alles heeft enorm veel zeggingskracht. In het andante, een vraag-en-antwoordspel van de piano met de strijkers, is vooral de ritmiek bijzonder. In alle vier de delen toont Brahms zijn liefde voor ritmische complexiteit, 3 tegen 2, syncopes en in het langzame deel ongebruikelijke maatsoortwisselingen van 7/4 en 5/4. Deze technieken geven stof tot nadenken maar worden nog altijd omlijst door prachtige melodieën in dit romantische pianotrio. Het werk werd als eerst uitgevoerd op 20 december 1886 door Brahms zelf aan de piano, violist Jenö Hubay en cellist David Popper. Het behoort tot de hoogtepunten van de hele pianotrio-literatuur en is een schitterend eindpunt van een ontwikkeling die bij Haydn, Mozart en Beethoven begon.

Reacties zijn afgesloten.