zondag 20 oktober 2019 – 15.00 uur

Muzikale Dagboeken van Prokofiev
Carel Alphenaar – voordracht
Abbie de Quant – fluit
Maarten den Hengst – piano
Prokofiev en Denisov

Prokofjev: Muzikale dagboeken in ’t Mosterdzaadje

Maarten den Hengst, Abbie de Quant en Carel Alphenaar

Op zondag 20 oktober om 15.00 uur brengen de fluitsite Abbie de Quant, de pianist Maarten den Hengst en de dramaturg Carel Alphenaar in ‘t Mosterdzaadje een ode aan de Russische componist Sergey Prokofjev (1891-1953). Zijn muziek wordt afgewisseld met voordracht van dagboekfragmenten. Die leveren een verrassend beeld op van Prokofjev’s denk- en gevoelswereld tijdens de Russische Revolutie. Hij schrijft: Op veel hoofdstraten van de stad werd geschoten maar op het conservatorium was men bezig met zijn repetitie en vergat men de stad snel. Of: Ik meen dat de omwenteling schitterend verloopt. Niets vermag Prokofjev’s concentratie op de muzikale loopbaan te verstoren. In andere fragmenten doet hij verslag van zijn tournée door Nederland en hoe hij het dure Amstel Hotel (F 17 per nacht) verruilt voor een goedkoper pension, op aanraden van dirigent Pierre Monteux. Naast werk van Prokofjev klinkt er ook een fluitsonate van de non- conformistische Russische componist Edison Denisov (1929-1996).

Abbie de Quant over het programma:

Waarom Prokofjev?

Prokofjev’s magistrale Sonate voor fluit en piano Opus 94 kwam op mijn lessenaar te staan toen ik 15 was. Ik was er direct door gefascineerd. Mijn hele leven is deze sonate een van mijn favoriete stukken gebleven en ik heb hem dan ook vaak uitgevoerd en op cd gezet. Na afloop van een concert waar ik deze sonate uitvoerde met pianist Maarten Den Hengst, kwam ik in gesprek met dramaturg Carel Alphenaar. Wij kwamen op het idee een hommage aan deze grote componist te brengen en zijn muziek te combineren met het voorlezen van fragmenten uit zijn dagboeken. Prokofjev is een van de grote Russische componisten van de vorige eeuw en dat niet alleen. Hij is ook schrijver van een markant oeuvre. Zijn omvangrijke dagboeken zijn de vrucht van een scherp observatievermogen.

In zijn dagboekaantekeningen uit het revolutiejaar 1917 lees je hoe een intelligente jongeman van 25 jaar, die al een geduchte reputatie als componist en pianist heeft opgebouwd, door de straten van Sint Petersburg loopt terwijl de kogels hem om de oren vliegen en de bereden kozakken hem van het trottoir rijden. Onverschrokken en haast onbetrokken wandelt hij van huis naar conservatorium en vandaar langs het belegerde Winterpaleis naar het theater. Abrupt constateert hij dat de omwenteling ergens goed voor is en hij belt aan bij een vriend om een hele nacht met hem te schaken en vervolgens voltooit hij na een ochtendwandeling zijn Vioolconcert.

In 1935 schreef Prokofjev de muziek voor het ballet Romeo & Julia. Echter, de cultuurbonzen in de Soviet-Unie, evenals de zeer invloedrijke krant Pravda (‘de Waarheid’) staken een stokje voor de eerste uitvoering van het werk. Het zou veel te ‘modernistisch’ zijn, en ook het feit dat de verhaallijn afweek van die van Shakespeare viel niet in goede aarde. Uiteindelijk vond de première plaats in 1940, in een choreografie van Leonid Lavrovsky. Ondanks grote bezwaren van Prokofjev had Lavrovsky de partituur flink gewijzigd, waarna het werk de prestigieuze Stalin Prijs ontving.
Een selectie uit het ballet werd door Prokofjev bewerkt voor piano solo, en kreeg het opusnummer 75. U hoort de delen ‘Montagues & Capulets’, ‘Friar Lawrence’ en ‘Mercutio’.

De eerste schetsen van de Vijf Melodieën opus 35, oorspronkelijk geschreven voor zangstem en piano, ontstonden rond 1920, toen Prokofjev op tournee door Californië reisde. De première vond plaats in 1921, uitgevoerd door de Russische sopraan Nina Koshetz, een landgenote in ballingschap. Enkele jaren later arrangeerde Prokofjev het werk voor viool en piano, en kreeg het werk het opusnummer 35bis. Voor dit programma hebben wij drie Melodieën (1,2 en 4) bewerkt voor fluit en piano. Het zijn kleine klankminiatuurtjes, met zeer uiteenlopende karakters. Intense lyriek en melancholie wordt afgewisseld met uiterst ongebruikelijke harmonieën, niet zelden zeer humoristisch.

De Sonate van de Russische componist Edison Denisov 1929-1996 kent dezelfde melancholieke gevoelswereld als de Sonate van Prokofjev. Een andere overeenkomst is hun liefde voor ritmiek en lyriek. Denisov hoorde bij de zogenaamde “Underground” of non conformistische stroming in de Sovjet muziek. Dit werd hem uiteraard niet in dank afgenomen. Hij heeft geleden onder het Sovjet -systeem en dat is duidelijk te horen in deze fluitsonate. Denisov studeerde eerst wiskunde en werd door Sjostakovitsj gestimuleerd om naar het conservatorium te gaan waar hij compositie en piano studeerde. De sonate voor fluit en piano is geschreven 1960. In 1994 emigreerde hij naar Frankrijk waar hij 2 jaar later overleed.

De sonate nr. 2 voor fluit en piano is geschreven tijdens de 2e wereldoorlog. Ondanks de positieve toonsoort D groot zijn er vele heftige, melancholieke en ook dramatische momenten in het werk aanwezig. Daartegenover staan weer uitgelaten en haast provocerende gedeeltes. Dit meesterwerk herbergt een ongelofelijke verscheidenheid aan gevoelswerelden. In het eerste deel een landschappelijke sfeer overgaand in het getrommel van een tamboer. Later wordt een dreigende sfeer opgeroepen door virtuoze toonladders. In het 2e deel worden ritmische dansachtige passages afgewisseld met driekwartsmaten als galopperende paarden en verhalende passages. Het derde deel heeft een melancholiek Russisch wiegeliedje als thema dat uitloop t in vloeiende triolen passages. Het vierde bestaat uit heftige kozakkeske dansmuziek afgewisseld met lyrische gedeeltes.

Reacties zijn afgesloten.