vrijdag 13 juni 2014 – 20.00 uur

MARITIEME FOLK-GROEP “NELSON’S BLOOD”
shanties, seasongs en ​​ballads
traditioneel en eigentijds uit Engeland en Amerika

Maritieme Folk-groep Nelson’s Blood

Vrijdag 13 juni om 20.00 uur treden de mannen van Nelson’s Blood op in ’t Mosterdzaadje. Met hun zuivere en diepe zangstemmen brengen de zes zangers een repertoire van traditionele en eigentijdse shanties, seasongs en ​​ballads. De nummers vinden hun oorsprong voornamelijk in Engeland en Amerika en worden gezongen a-capella of begeleid door een gitaar. Zeventien jaar geleden opgericht en hun thuishaven om te repeteren sinds die tijd ’t Mosterdzaadje. Een beetje thuiswedstrijd is het wel en zeker anders dan de grootschalige festivals in binnen en buitenland waar ze veelvuldig aan meedoen. In Nederland zijn ze trouwens best bekend en hun kwaliteit is alom bekend. Ze maakten al drie cd’s waarvan de laatste twee nog beschikbaar zijn.

Waar komt de naam “Nelson’s Blood” vandaan?
Op lange reizen hadden zeilschepen vaak vaten rum en wijn aan boord. De matrozen boorden er soms een klein gaatje in en probeerden met behulp van een pen van een ganzeveer een deel van de inhoud op te zuigen. Toen Nelson bij Trafalger was gesneuveld, wilden zijn officieren hem graag naar Engeland terug nemen. Om het ontbindingsproces tegen te gaan, stopten ze hem in een vat rum. De matrozen waren hiervan niet op de hoogte en boorden, zoals gewoonlijk, een gaatje in een vat rum; in dit geval het vat waarin het lichaam van Nelson zat, en dronken ervan. Sindsdien noemt men dit gaatjesboren: ‘Bleedin’ the Admiral’ en wordt rum ‘Nelson’s Blood’ genoemd.

Shanties
Shanties zijn werkliederen, ontstaan en gezongen aan boord van de grote zeilschepen. De meeste stammen uit het begin van de vorige eeuw; de tijd dat de clippers de wereldzeeën bevoeren. Ze dienden om de arbeid aan boord te coördineren en te verlichten. De meeste shanties hebben dan ook een sterk ritmisch karakter. Het werk aan boord bestond o.a. uit het hijsen en strijken van de zeilen, het ophalen van het anker, het pompen, het ballast innemen, enz. Zo zijn de haalliedjes, de gangspil- of ankerspilliedjes, de pompliedjes en de ballast- of losliedjes ontstaan. De shanty werd afwisselend gezongen door ‘opzinger’; de voorzanger of shantyman en de matrozen (het koor). Shanties waren eigenlijk de arbeidsvitaminen aan boord van de grote schepen.

Liederen van vooruit (forebitters!)
Een tweede groep liederen wordt gevormd door de zg. ‘liederen van vooruit’ of in het engels ‘forebitters’. Ze werden veelal gezongen tijdens de platvoetwacht (van 16.00 tot 20.00). Tijdens deze wacht was meestal de gehele bemanning aan dek en werd de avondmaaltijd gebruikt. Gelegenheid te over om te zingen. De liederen hadden vaak een verhalend karakter. Geliefde onderwerpen waren o.a beruchte kapiteins, beroemde schepen, het leven aan boord en natuurlijk de drank en de gewillige dames van de havensteden. Deze zeemansliederen vervulden een belangrijke sociale functie aan boord. Ze versterkten het saamhorigheidsgevoel van de bemanning.

Rituele liederen (ceremonials)
Tenslotte zijn er dan ook nog de rituele liederen of ceremonials. Deze liederen werden op belangrijke momenten gezongen; zoals b.v. tijdens het aflossen van de wacht, en het oproepen voor het spreekuur van de chirurgijn. Zo zijn het porderslied, de kwartierliederen en het lied van de chirurgijn ontstaan:

Gij kreupelen en blinden
kom laat u verbinden
achter de groote mast,bij ’t spil
daar krijgt eenieder een plaister
diese hebben wil enz.


Zie onze website www.nelsonsblood.nl

Reacties zijn afgesloten.