zondag 29 mei 2016 – 15.00 uur

GAUDÍ KWARTET
Anita Jongerman – viool
Marjolein Canté – viool
Florin Negreanu – altviool
Sander van Berkel – cello
Haydn, Rossini en Borodin

Het Gaudi Kwartet terug in ’t Mosterdzaadje!

Het Gaudí Kwartet

Op zondag 29 mei om 15.00 uur treedt het inmiddels in ’t Mosterdzaadje en in heel Europa bekende en geliefde Gaudi Kwartet op. De leden van dit kwartet zijn: Anita Jongerman – 1e viool, Marieke Booy-Elbertsen – 2e viool, Florin Negreanu – altviool en Sander van Berkel – cello. Uitgevoerd worden Haydn (“Vogelkwartet”), Puccini (Crisantemi oftewel ‘chrysanten’) en Borodin (2e strijkkwartet).

Het Gaudi kwartet is opgericht in 1999 door 4 jonge enthousiaste musici die al jaren op hoog niveau werkzaam zijn binnen de Nederlandse muziekwereld. Hun jarenlange ervaring en samenspel resulteert in een breed repertoire. Het kwartet volgde masterclasses bij het befaamde Panocha kwartet.  Onlangs waren ze op tournee naar Praag en Ierland en maakten ze in mei hun debuut in diverse concertzalen in Portugal en Duitsland.

Haydn wordt wel de vader van het strijkkwartet genoemd. Hij schreef er 68 stuks. In de toonsoort C schreef hij er zes. Daarvan is het derde strijkkwartet, het “Vogelkwartet” het meest bekend geworden en niet alleen door zijn bijnaam. Overigens zijn de hier optredende vogelgeluiden meer gestileerd dan later in zijn oratoria Die Schöpfung en de Jahreszeiten. In dit vogelkwartet is lang niet alles vrolijk gekwinkeleer: het scherzo, ditmaal het tweede deel, begint zelfs ernstig-donker maar heeft een contrasterend licht vioolgetierelier als trio. Het serene adagio, vooruitlopend op latere symfonische delen, klinkt als een hymne aan zijn toenmalige grote liefde: de zangeres Luigia Polzelli.

Van de opera componist Puccini het kwartet Il Crisantemi een kort jeugdwerk van Puccini dat de componist in 1890 op één avond schreef. Het werkje is heel sfeervol. Oorspronkelijk was het bedoeld voor strijkkwartet, later vond een uitbreiding tot strijkorkest plaats. In wezen gaat het om een korte elegie “ter herinnering aan Amedeo di Vavoia, hertog van Aosta” die is doordrongen van een zekere melancholie en pessimisme die bij de componist nooit ver te zoeken was.

Alexandr Borodin is vooral bekend door zijn levenswerk, de opera Prins Igor. Daarnaast componeerde Borodin nog twee symfonieën, kamermuziek, liederen en pianowerken. Dit lijkt niet bijzonder, maar Borodin leefde een dubbelleven: naast componist was hij één van de meest vooraanstaande chemici van zijn tijd. Voeg daarbij dat deze goedhartige man ook nog op de bres stond voor de rechten van vrouwelijke studenten en men verbaast zich dat er in het chaotische huisgezin van de Borodins zoveel meesterwerken konden ontstaan. Borodin maakte deel uit van een vijftal componisten die het Russische element in de muziek wilden benadrukken en door tijdgenoten ‘het machtige hoopje’ (o.a. Rimski Korsakov en Glazounov) werden genoemd. Hun tegenstanders waren o.a. Tsjaikovski en Rubinstein. Hun werd verweten te veel Westerse invloeden in hun muziek toe te laten. Borodins tweede strijkkwartet uit 1881 is typische ‘feel-good music’, zonnig, melodieus, spontaan (weinig polyfonie) en herkenbaar Russisch. Muzikale architectuur is niet Borodins sterkste punt, maar melodie en kleur (eerste deel en de befaamde Notturno), temperament en vaart (het scherzo en de mousserende finale) en Tsjaikovski-achtige charme (walsfragment scherzo) compenseren dit ruimschoots.

Reacties zijn afgesloten.