vrijdag 20 mei 2016 – 20.00 uur

LIEDRECITAL
Marijke Groenendaal – sopraan
Jacob Engel – piano
Schumann, Rachmaninoff, Prokofieff, Ravel en Fauré

Marijke Groenendaal en Jacob Engel hebben weer een pracht programma

Marijke Groenendaal en Jacob Engel

Vrijdag 20 mei om 20.00 uur is het genieten van de mooie stem van de sopraan Marijke Groenendaal en haar pianist Jacob Engel. Op het programma staan liederen van Schumann, Rachmaninoff, Fauré, Prokofieff en Ravel. Het graag geziene duo heeft ditmaal een aantal minder bekende parels uit het liedrepertoire samengebracht. De aansprekende eenheid van tekst en muziek in elk lied is verrassend. Door de korte en innemende toelichtingen van Marijke kan iedereen zich laten meevoeren in de sfeer van het lied.

De laatste liedcyclus van Schumann is misschien even wennen voor wie Liederkreis,Dichterliebe en Frauenliebe und -Leben kent. In deze cyclus, met gedichten van Maria Stuart, beperkt de pianopartij zich tot minimaal begeleiden waardoor de dramatiek op beklemmende wijze tot uitdrukking komt. De zon breekt in deze cyclus nergens door. Gevoelens van verdriet, woede, liefde, en berusting strijden om voorrang bij de vrouw die al jong weduwe wordt en die het onderspit gaat delven in het langdurige conflict met haar nicht Elizabeth I om de troon van Engeland. Schumann zorgt ervoor dat we ons als luisteraar hoe dan ook inleven in de gevoelens van deze vrouw.

De liederen opus 8 van Rachmaninoff zijn juist een vroeg werk van een groots componist. Rachmaninoff schreef ze toen hij 20 jaar oud was. Toch zijn het al rijpe meesterwerkjes. Op Russische teksten naar onder meer Heine en Goethe zien we een waterlelie die zich baadt in het maanlicht, horen we een wiegelied, of dromen we van een gelukkige jeugd.

Gabriel Fauré componeerde al zo’n twintig jaar liederen voordat hij begon aan Vijf Chansons de Venise uit 1891. Tot die tijd schreef hij liederen in een elegante, goed in het gehoor liggende stijl, geschikt voor de salon. Tegen het eind van de eeuw ontwikkelde hij een veel complexere stijl, waarin hij uiteindelijk de uitersten van de tonaliteit opzocht. Deze cyclus, op teksten van Paul Verlaine, laat die wending al horen. Mandoline-spelers in het maanlicht, geliefden in een een zwoele zomernacht of op een gondel in exotische oorden, het zijn de beelden van het Fin-de-Siècle, de tijd waarin kleur, geur, warmte en klank samenvloeien.

De gedichten van de Russische dichteres Anna Akhmatova (1889-1966) kenmerken zich door eenvoud en een zekere onderkoeldheid, en zijn daardoor ook in onze tijd nog bijzonder veelzeggend. Sergei Prokofieff maakte in 1916 een zetting van vijf van haar gedichten, over dramatische momenten in een vrouwenleven: Zoete herinneringen, maar ook bedrog, weemoed en verdriet. Net als Schumann omlijst Prokofieff de zang met minimalistische pianopartijen. Recensenten uit die tijd waren enthousiast over de tedere en lyrische muziek, waarmee de modernist Prokofieff hen had verrast.

De Histoires Naturelles van Maurice Ravel (op tekst van Jules Renard) werden in 1907 niet enthousiast ontvangen. Daarvoor waren muziek en teksten te revolutionair en was het publiek te behoudend. Elk gedicht vertelt niet gewoon een verhaal over een dier, maar gaat speels om met de neiging van mensen om hun gevoelens op dieren te projecteren. Behalve dat Ravel meesterlijk elke scène van de juiste sfeer voorziet, volgt hij de tekst ook nog eens muzikaal, lettergreep voor lettergreep.

Zie ook: www.engelgroenendaal.nl en www.marijkegroenendaal.nl

Reacties zijn afgesloten.